Column: De Helden van het Herculesplein

Gepubliceerd op Woensdag 31 Mei 2017

Nadat FC Utrecht vrij kansloos verloren had bij AZ, dacht ik even dat ik het tientje voor de thuiswedstrijd beter had kunnen gebruiken om mijn barbecue aan te steken afgelopen zondag. Met een rotgevoel stond ik op, de zon scheen en even overwoog ik lekker naar het Henschotermeer te gaan met mijn gezin in plaats van 90 minuten nieuwe ergernis in vak O in de Galgenwaard. Ik had een extra kaartje gekocht voor mijn broers verjaardag. We appten elkaar wat te doen. ‘Ach’, zei mijn broer. ‘Laten we gewoon gaan. Afscheid van Haller, biertje drinken, broodje halen.’

Ik keek naar buiten en besloot te gaan. Zoals ik eigenlijk altijd ga, ook al is de uitgangspositie kansloos. Soms heb ik even dat zetje nodig. Hetzelfde gevoel als Celtic-thuis nam bezit over me. Of die historische pot tegen Go Ahead op 9 april 1996 toen Hans Visser volwassen kerels liet huilen door zijn vrije trap langs Oscar Moens te krullen en Utrecht lijfsbehoud realiseerde. Het zou wat zijn… Bij het stadion aangekomen, na een wandeling in de bloedhete zon langs de velden van Kampong, vooral gelatenheid op het plein voor het stadion. Ouderwets gezeik van Utrechters. Kan er altijd wel om lachen. ‘Waaat waas t sleg he donderdaag!’, buldert een oudere man in een iets te klein Utrechtshirtje terwijl hij zijn blikje bier in de bosjes mikt en een vers shaggie draait. ‘Maag hopen daat ze vandaog ut snot voor de ogen gaon lopen!’

Erg druk is het op de omloop van de lange zijde niet. Voordeel, want drinken en eten halen kost niet veel tijd vanmiddag. De vaste gezichten in vak O zitten er wel. Je kent ze niet persoonlijk, maar je zegt elkaar altijd gedag. Ook dat is FC Utrecht. Dan zwelt het geluid van de tribunes ineens aan. Snippers worden de lucht in geblazen met enorme kanonnen. Een orkaan van geluid, kippenvel, trots. Dit had ik toch niet willen missen. Ineens begint het geloof te groeien. Met deze steun moet iets te forceren zijn. Mijn club begint vanaf de aftrap direct woest te jagen, mijn team vecht alsof het voor het laatst is. De 1-0 valt! Ayoub rent met de bal naar de middenstip om snel door te gaan. ‘Door!’, roep ik. ‘Doorgaan nu!’ De 2-0 valt! ‘Het kan! Het kan! Het kan!’, roep ik tegen mijn broer. De tweede helft is niet anders dan de eerste. En als de rode kaart voor AZ-er Luckassen wordt getrokken en even later de 3-0 valt, schieten de tranen in mijn ogen korte tijd later gevolgd door een overslaand hart als Haller, normaal een zekerheidje, een pingel mist. We moeten verlengen…

We rennen naar de bar om snel een biertje te halen. De stembanden, die inmiddels als losse vellen in mijn keel bungelen, moeten gesmeerd worden. Opnieuw een half uur vol er achter staan met z'n allen. En dan… pingels. Richting Cityside. Of dat ongunstig is? Tegen Cambuur ging het aan de andere kant mis dus ik rouw er niet om. Als David Jensen zich voor de zoveelste keer dit seizoen ontpopt tot een Utrechtse held, mag Barazite de trekker overhalen.

Ik besluit niet te kijken en me om te draaien naar de tribune. Het zweet loopt met dikke stralen over mijn rug, mijn keel is dik. Mijn hart slaat 140 keer per minuut. Geroezemoes… dan een korte stilte gevolgd door een enorme explosie van vreugde! Ik zak op mijn stoel. Mijn lijf begint te schokken en ik voel tranen opkomen. Ze biggelen over mijn wangen en spatten uit elkaar op het beton onder mijn stoel.

Mijn broer valt over me heen. Hij kust me op mijn hoofd. ‘JAAAAAAAA! JAAAAAAA! JAAAAAAA!’, schreeuwt hij in mijn oren. Het voelt alsof ik de loterij heb gewonnen. Terwijl het toch maar de oude Intertoto is waar je deel aan gaat nemen. Na de huldiging, ik ben niet lenig genoeg dat veld op te klauteren dus blijf ik rustig op mijn stoeltje zitten, loop ik terug naar mijn auto. Voldaan.

Ik denk aan de mensen die er niet bij waren, omdat ze er niet in geloofden. Nu weet ik dat ik nooit meer moet twijfelen, hoe groot de kans op een teleurstelling ook is. Want de Helden van het Herculesplein lieten zien dat hoe donker het vooruitzicht ook soms is, je altijd hoop moet houden.

Ik leerde zondagmiddag een les voor het hele leven.

Mark van der Wel